Rampen in Groningen
GRUWELIJKE ROOFMOORD IN WILDERVANK, 1935

Jacob Kroese woonde alleen in een huis aan de landzijde van het Oosterdiep in Wildervank. Zijn vrouw Elisabeth Zuiderweg was vier jaar daarvoor overleden.
Veel mensen in Wildervank dachten dat Kroese er warmpjes bijzat en zijn geld thuis bewaarde. Sommigen  vonden hem een zonderling. Hij werkte bijna altijd in het donker in de tuin. Wieden, de heg knippen, verven, alles deed hij 's avonds. Kroese had een sterk onafhankelijkheidsgevoel en wilde zich aan niemand en niets binden. Hij was zuinig, maar niet gierig. Van elke koopman die aan de deur kwam kocht hij wel iets, ook al had hij het niet nodig. Alles wat Kroese vond nam hij mee naar huis, want het kon ooit van pas komen. Hij was sterk en niet bang uitgevallen. Maar 's avonds deed hij de deuren op slot en kwam niemand binnen, behalve mensen die hij kende en vertrouwde.

Donderdag 13 juni 1935 waren de gordijnen van Kroese's huis de hele dag gesloten. Buurman J. Koetje had Kroese woensdag voor het laatst gezien. Waalkens de andere buurman had die avond lawaai gehoord in het huis van Kroese, maar schonk daar verder geen aandacht aan omdat Kroese wel vaker 's avonds aan het werk was. Vrijdagochtend waren de gordijnen nog steeds gesloten. Toen ook bleek dat Kroese's kippen geen voer hadden gehad, werden de buren ongerust en waarschuwden de politie.

Met mondkapjes probeerde men zich te beschermen tegen de Spaanse Griep
Ravage in het huis van Jacob Kroese
Veldwachter Koster en burgemeester Teenstra vertrokken naar de woning van Kroese en zij constateerden dat niet alleen de gordijnen waren gesloten, maar ook alle deuren op slot waren. Voor het matglas van de voordeur waren kledingstukken gehangen zodat  men niet naar binnen kon kijken. De deur werd geforceerd en bij binnenkomst troffen ze een enorme ravage aan. Alle kasten waren overhoop gehaald en het huis was doorzocht.
Een brandkast was naar de woonkamer gesleept en daar opengebroken. Later stelde de politie vast dat 700 gulden uit de brandkast was verdwenen.
Het bed van Kroese was onbeslapen. Van Kroese was geen spoor te vinden.

Het parket en de recherche in Groningen werden gewaarschuwd en 's middags werd het huis en de tuin minutieus onderzocht. Rijksveldwachter Went kwam met zijn speurhond uit Haren, maar omdat de hond geen lucht kon krijgen van Kroese, leverde dit geen resultaat op. Later op de dag werd besloten in het kanaal te dreggen. Zaterdagochtend vroeg werd het lijk van Kroese in het water gevonden. Zijn handen en voeten waren gebonden en het lichaam was verzwaard met een koevoet.

Rechts op de foto, achter de boom, het huis van Kroese. Buurman Koetje (rechts) geeft de plaats waan waar het lijk van Kroese uit het water is gehaald
Al snel gingen geruchten de ronde over de daders. Het moeten bekenden zijn geweest van Kroese, omdat hij ze anders nooit 's avonds binnen had gelaten. Het viel ook op dat de zeer waakse hond van de buren die avond niet had geblaft, wat betekende dat de hond de bezoekers kende.

Een vriend van Koetje, Bouwe Bloem, kwam regelmatig bij hem op bezoek om te vragen of hij al meer wist over de moord op zijn buurman. Deze Bouwe Bloem kwam oorspronkelijk uit Gieten en had een groentehandel gehad in Wildervank. Nadat hij zich had aangemeld bij de NSB verliep zijn zaak omdat de socialistische arbeiders niet bij een NSB-er wilden kopen. Na een aantal baantjes werd hij werkloos en kwam hij in de steun terecht.
De vele vragen maakten Koetje wat achterdochtig. Koetje dacht dat hij de avond van de overval de stem van Bloem had gehoord in de tuin van Kroese, maar omdat het zijn vriend was kon hij zich niet voorstellen dat Bloem iets te maken had met de dood van oude man. Pas toen Bloem tegen Koetje zei dat de daders hem door het raam heen dood zullen schieten als hij iets aan de politie zou vertellen stapte hij naar de veldwachter.

Na verschillende huiszoekingen, ondervragingen en op basis van de informatie van Koetje arresteerde politie eind augustus Bouwe Bloem, 27 jaar en zijn vriend Klaas Sterenborg, 33 jaar.
Sterenborg bekende al gauw dat hij betrokken was bij de moord op Kroese. Bloem bekende een dag later.

Bloem en Sterenborg waren allebei werkloos. Zij leerden elkaar kennen in het stempellokaal voor de werkloosheidsuitkering. Samen maakten zij plannen om aan geld te komen.
Op 21 mei 1935 pleegden zij een inbraak in het gebouw van de arbeidsbemiddeling in Wildervank en maakten ongeveer 160 gulden buit.
In de nacht van 7 op 8 juni braken zij in het kantoorgebouw van de aardappelmeelfabriek "Bareveld" in. Zij sneden een raam uit het kantoor en drongen met maskers op de ruimte binnen. Vijftien meter verderop draaide de fabriek op volle toeren. Alle lichten waren aan en arbeiders liepen rond op het terrein. Het gezin van de conciŽrge sliep in een kamer achter het kantoor. Niemand heeft iets van de inbraak gemerkt. Het lawaai van de fabriek overstemde alle andere geluiden. Met een meegebrachte ijzerboor probeerden Bloem en Sterenborg de kluis te openen, maar het lukte hen niet de brandkast te forceren.


Na de mislukte inbraak maakten Bloem en Sterenborg  plannen voor een overval. Zij besloten om de oude heer Kroese te beroven. Bloem kende Kroese omdat hij dicht bij hem in de buurt woonde. Ter voorbereiding gaf Bloem een ongeladen revolver aan Sterenborg. Ongeladen omdat ze geen kogels konden krijgen. Bloem zei voor de overval op Kroese: "hij moet dood, want hij kent mij".

Woensdagavond 12 juni om half negen ging Bloem naar Kroese om zogenaamd pootboontjes te kopen. Ze zaten samen in de keuken en dopten de bonen. Bloem hield Kroese aan de praat totdat het donker werd. Tegen half elf werd er op de deur geklopt. Kroese aarzelde om zo laat op de avond de deur nog open te doen, maar Bloem stelde hem gerust. In de deuropening stond een gemaskerde Sterenborg die een revolver op Kroese richtte. Op dat moment sprong Bloem op en greep de oude man van achteren beet en legde de hand over zijn mond en kneep zijn keel dicht. Na een korte worsteling lag Kroese op de grond. Bloem duwde een zakdoek van Sterenborg diep in de keel van de oude man. Zijn handen en voeten werden met touw gebonden.
Daarna doorzochten zij het hele huis en vonden een brandkast. Bloem haalde gereedschap uit het schuurtje van Kroese, maar het lukte niet om de brandkast te openen. Zij sleepten de brandkast naar de woonkamer en Bloem ging naar een fabriek waar hij had gewerkt en haalde uit een schuur een koevoet. Daarmee kregen ze de brandkast wel open. Zij haalden het geld eruit en verdeelden het onder elkaar. Ze keken naar Kroese die nog op de vloer lag en zagen dat hij dood was. Sterenborg haalde zakdoek uit de mond van Kroese en stak het weer in zijn zak.

Ze besloten om het lijk in het kanaal voor het huis te gooien. Om het lichaam te verzwaren staken zij de koevoet onder de touwen waarmee zijn handen waren vastgebonden en maakten het met ijzerdraad vast aan zijn hals. Vervolgens gooien zij hem in het water. Ze verwachtten dat het zo lang zou duren voordat Kroese gevonden werd.
Bloem en Sterenborg trokken alle gordijnen dicht en deden de deur op slot zodat niemand binnen kon kijken of het huis binnen kon komen. Zij wilden de dagen daarna het huis verder te doorzoeken op waardevolle spullen. Met het geld uit de brandkast waren zij van plan goede inbrekerswerktuigen te kopen. Maar eerst vond Bloem, moest veldwachter Koster worden doodgeschoten, want die werd te lastig.

Door snelle vondst van het lichaam van Kroese kwam niets van hun plannen terecht.

Door de rechtbank in Groningen werden beide wegens moord en roof tot levenslang veroordeeld. In hoger beroep verlaagde de rechtbank in Leeuwarden de straf tot 20 jaar.
Autoriteiten bij het huis van Kroese. Links veldwachter Koster, die de daders dood wilden schieten. Derde van rechts forensisch arts Mieremet