Rampen in Groningen
ONOPGELOSTE MOORD OP MOEDER EN ZOON, ZUIDBROEK 1931

De 76 jarige weduwe Anje Molanus-Udema woonde in 1931 met haar 46 jarige zoon Hendrik in een boerderijtje aan eind van de Trekweg langs het Winschoterdiep, tussen Zuidbroek en Scheemda. Ze leefden teruggetrokken en lieten niemand hun huis binnen. Zoon Hendrik was verstandelijk gehandicapt en had soms hevige ruzies met zijn moeder.
Donderdagmorgen 27 augustus kwam postbode Christiaan Ruchtie naar het boerderijtje om een postwissel voor de ouderdomsrente te brengen, waarvoor getekend moest worden. De deur stond open en het is stil in het huis, hij hoorde alleen het geloei van de koeien die nodig gemolken moeten worden.
Hij liep het huis binnen en zag het lijk van de oude vrouw Molanus liggen onder een omvergetrokken droogrek. Zij had een gapende wond bij een oog en een wollen slaapmuts was in haar mond gepropt. Er was geprobeerd het beddegoed in brand te steken, maar dat smeulde alleen maar. Bij sectie bleek dat de oude weduwe was gestikt in de muts. Zoon Hendrik was nergens te vinden.
Ruchtie waarschuwde de buren en de politie.

De politie vermoedde al snel dat er sprake was van roofmoord.
Er waren sporen van inbraak en het huis was overhoop gehaald. Een lege portemonnee werd op de tafel gevonden. Moeder en zoon hadden een paar dagen daarvoor een paar koeien verkocht en het geld was nergens te vinden; het was ook niet bijgeschreven op hun spaarbankboekje.

Op de deur van de schuur werden bloedspatten gevonden. Waarschijnlijk was daar gevochten.
De politie veronderstelde dat Hendrik ook was vermoord. Omdat zijn lichaam wellicht in het Winschoterdiep was gegooid dregde zij het kanaal, maar zonder resultaat.
De volgende ochtend om 10 uur werd het lijk van Hendrik gevonden in een ondiepe sloot, een paar honderd meter van het boerderij. Hij had steek- en snijwonden en zijn schedel was ingeslagen met een zwarte ketting, die in de buurt van het lichaam werd gevonden.

Intussen ging in het dorp het gerucht de ronde dat Hendrik zijn moeder had vermoord en daarna zelfmoord had gepleegd. De politie kon dit gerucht ontkrachten. Zij concludeerde dat Hendrik na een worsteling met de dader geprobeerd heeft te vluchten, maar door de dader is achterhaald, daarna vermoord en vervolgens in de sloot is geworpen.

Vrijdag 28 augustus worden moeder en zoon begraven. Als enig familielid is de halfbroer van Anje Molanus aanwezig. Burgemeester Buurma houdt een toespraak en keert zich tegen de roddels dat Hendrik de moordenaar zou zijn.

De politie startte een uitgebreid onderzoek. Er meldden zich twee jonge mannen die tegen elf uur 's avonds twee mannen hadden zien lopen op de weg langs het boerderijtje. Het vage signalement luidde: "Beiden zijn van middelbare grootte. Een hunner die men in het licht der lantaarns heeft gezien, was haveloos gekleed in een licht gestreept boezeroen en een lange loshangende jas van donkere stof, vermoedelijk bruin. De man droeg een jockeypet en heeft vermoedelijk een bleek gezicht en ingevallen wangen. Hij had een knuppel of paal onder zijn arm. De tweede persoon trachtte uit het licht der lantaarn te komen, maar men heeft gezien dat hij eveneens  haveloos was gekleed en een jaaglijn over den schouder droeg." De politie heeft deze personen nooit kunnen traceren.
Een buurman wijst de plek aan waar het lichaam van Hendrik werd gevonden
In de jaren daarna, tot in  1935 werden verschillende verdachten in hechtenis genomen, maar het openbaar ministerie moest allen weer laten gaan bij gebrek aan bewijs. De moorden zijn nooit opgelost.

In 1973 sprak het Nieuwsblad van het Noorden met de toen 81 jarige ex-brigadier Dolfing die destijds bij de het onderzoek naar de Molanusmoorden was betrokken. Dat de moorden niet zijn opgelost wijt hij aan het feit dat "vlak nadat de moord bekend werd, zes mannen uit een passerende kleischuit het huis hebben doorzocht en zelfs nog onder de rokken van de dode weduwe gevoeld moeten hebben. De sporen waren daardoor compleet uitgewist."

In Zuidbroek doet een gerucht de ronde dat de dader iemand is die in de jarig dertig naar Amerika is geŽmigreerd en dat hij op zijn doodsbed een bekentenis heeft afgelegd. Het blijft voorlopig een gerucht.