Rampen in Groningen
ROOFMOORD OP GROOTVADER EVERWIJN HUITING, HÖFTE 1932

Zaterdag morgen 31 juli 1932 was melkrijder Holtjer op weg naar Wessinghuizen. Hij passeerde de woning van de 77 jarige arbeider Everwijn Huiting in de Höfte en het viel hem op dat de luiken nog dicht worden. Hij maakte vaak een praatje met Huiting en wist dat hij altijd vroeg opstond. Op de terugweg waren de luiken nog steeds gesloten. Holtjer stopte om te kijken wat er aan de hand was. Hij keek door het keukenraam en zag de oude man op de grond liggen.
De voordeur was van het slot en Holtjer kon doorlopen naar de keuken. Huiting lag levenloos voor de kachel voorover op de vloer in grote plas bloed. Een hand rustte op de turfbak; zijn stoel lag achter hem.
De melkrijder waarschuwde veldwachter Rutgers in Onstwedde. Deze vertrok met de opperwachtmeester van de marechaussee en de Onstwedder huisarts naar de woning voor nader onderzoek. Er was duidelijk sprake van een onnatuurlijke dood. Om dat het vrij donker was in de woning kon men niet goed zien wat de doodsoorzaak was; gedacht werd aan een vergiftiging waardoor hij bloed had opgegeven.

's Middags om drie uur arriveerde het parket uit Winschoten samen met forensisch arts  Dr. Mieremet en een inspecteur van de recherche uit Groningen.
Dr. Mieremet vond 15 steken met een scherp voorwerp in het gezicht, het hart en andere inwendige delen. Er waren geen sporen van een worsteling, zodat het waarschijnlijk was dat het slachtoffer na de eerste steken is overleden. De moord moest vrijdagavond gepleegd zijn.
Everwijn Huiting
De woning werd onderzocht en  men zag drie koffiekopjes op tafel met resten van kandijklontjes. Alleen mensen die hij goed kende kregen kandijklontjes in de koffie, anderen kregen een schepje suiker. Huiting moest de bezoekers op vrijdagavond dus goed gekend hebben.
De politie vond ook een leeg, opengebroken trommeltje, waarin Huiting zijn geld bewaarde. De moord leek een roofmoord te zijn.

Een inwoner van Onstwedde vertelde de politie zaterdag dat hij vrijdagavond twee jongemannen had zien rijden op een achterpaadje dat uitkwam op de zandweg naar Höfte in der buurt van het huis van Huiting. Een van de twee kende hij, dat was Albert Munneke, een kleinzoon van de oude man. De tweede jongeman bleek Hendrik Uitvlucht te zijn, een vriend van Munneke.

Maandagochtend werden Munneke en Uitvlucht gearresteerd. De 18-jarige Munneke werkte in Stadskanaal bij het timmerbedrijf van zijn vader. De 21-jarige Uitvlucht was bakkersknecht in Musselkanaal. Zij bekenden al snel de moord op Everwijn Huiting.
Uit het verhoor bleek dat Albert Munneke al enige tijd met het plan rond had gelopen zijn grootvader te vermoorden om zijn spaargeld. Hij kende de persoonlijke situatie van zijn grootvader goed omdat hij enige tijd bij hem had gewoond.
Munneke wilde de roofmoord niet alleen plegen en benaderde eerst ene Meijer en later ene Ossel om mee te doen, maar beide weigerden uiteindelijk. Hendrik Uitvlucht, die gemakkelijk te beïnvloeden was, was wel bereid. Ze bespraken samen hoe de roofmoord uitgevoerd moest worden. Ze wilden een revolver gebruiken, maar die konden ze nergens krijgen. Gekozen werd voor een beitel. Munneke sleep een beitel vlijmscherp en gaf het aan Uitvlucht
Zaterdagavond 29 juli tussen acht en negen uur vertrokken Munneke en Uitvlucht op de fiets naar Huiting. Uitvlucht had de beitel bij zich. Toen ze aankwamen lag de oude man al  in bed. Munneke bonsde op de deur en riep; Huiting die de stem van kleinzoon herkende, liet ze binnen. Ze dronken samen koffie met kandijklontjes. Terwijl zij praten stond Munneke op en trok onverhoeds de stoel waarop de oude man zat naar achteren. Hij viel op de vloer en Munneke riep naar Uitvlucht om hem de beitel te geven. Hij stak de oude man zolang tot hij dood was.
Ze doorzochten het huis en vonden op de beddenplank in de bedstee een blikken trommeltje met een halfronde deksel dat afgesloten was met een slotje. Ze forceerden het slotje en vonden een tabaksdoos met daarin 60 gulden. Dat namen ze mee, evenals de portefeuille van de oude man. Op de weg terug gooiden ze de beitel weg. Deze werd later gevonden en aan de politie overhandigd.

In Onstwedde ontstond grote woede over de moord. Toen men maandagavond hoorde dat de twee daders nog verder werden verhoord in het huis van de veldwachter, verzamelde zich voor zijn huis een grote groep mensen die steeds woedender werd. Door de inzet van extra politie konden de gemoederen worden bedaard.

In het gehele land werd met afschuw op de moord gereageerd.

Er was grote publieke belangstelling voor de berechting van Munneke en Uitvlucht
In november 1932 veroordeelde de rechtbank in Winschoten Munneke tot 12 jaar en Uitvlucht tot 10 jaar gevangenisstraf. In hoger beroep werden deze vonnissen bevestigd.


Voor de tweede wereldoorlog werden vaak liederen gemaakt over schokkende gebeurtenissen. Een week na de moord op Everwijn Huiting was er al een lied over de roofmoord te koop.